BIM, wat is het en wat betekent het voor de bouw?

BIM is een digitale werkmethode waarbij alle partijen in een bouwproject hun informatie delen via een 3D-model waarin elk onderdeel zijn eigen gegevens draagt. De afkorting staat meestal voor Building Information Modelling: het opbouwen van een bouwwerkinformatiemodel. Het idee erachter is dat je eerst virtueel bouwt, zodat fouten op het scherm aan het licht komen en niet pas op de bouwplaats.

Voor een bouwbedrijf betekent BIM vooral dat je informatie maar één keer invoert en dat die daarna voor iedereen dezelfde is. De architect, de constructeur, de installateur en de aannemer werken met dezelfde gegevens in plaats van met losse tekeningen die elk hun eigen versie hebben. De software is daarbij het gereedschap. Of het werkt, hangt af van de afspraken over wie welke informatie levert.

Wat er in een BIM-model staat

Een BIM-model is de virtuele versie van het echte bouwwerk. Het bestaat uit objecten zoals wanden, vloeren, kozijnen en leidingen. Aan elk object hangt informatie. Van een wand staat er meer in dan de plek en de afmetingen: je ziet bijvoorbeeld ook het materiaal en of de wand dragend is. Die i van informatie maakt het verschil met een gewoon 3D-model, dat alleen de vorm laat zien (bron: Buildwise).

Met die gegevens ga je rekenen. Je haalt er hoeveelheden uit voor een kostenraming of je simuleert de energieprestatie van het gebouw voordat er een steen gelegd is.

Wat mensen het BIM-model noemen, bestaat in de praktijk uit meerdere modellen. Elke discipline maakt er één: de architect een bouwkundig model, de constructeur een constructiemodel en de installateur een model van de installaties. Zulke deelmodellen heten aspectmodellen. Je legt ze over elkaar heen om het geheel te beoordelen.

Het verschil met CAD zit in de gekoppelde gegevens. Een CAD-tekening legt vooral de vorm vast, in 2D of in 3D. In een bouwwerkinformatiemodel is elk onderdeel een object dat weet wat het is: een wand, een raam, een leiding. Omdat tekeningen en lijsten uit hetzelfde model komen, spreken ze elkaar niet tegen (bron: Buildwise).

De drie betekenissen van BIM

Op de vraag “wat is BIM?” bestaat meer dan één antwoord, omdat de laatste letter van de afkorting verschillende dingen betekent. Daardoor is het voor de een software en voor de ander een manier van werken. Buildwise zet de betekenissen naast elkaar:

Betekenis

Wat het is

Building Information Model

Het digitale model zelf: de virtuele weergave van het bouwwerk, met informatie per object.

Building Information Modelling

Het maken van het model. Dat is meer dan tekenen in 3D, want je structureert de gegevens en houdt ze kloppend.

Building Information Management

Het beheer van alle informatie die partijen in het project uitwisselen, ook van informatie die niet in de modellen staat.

De derde betekenis wint terrein. Het hoofddoel is dat de juiste informatie op het juiste moment beschikbaar is, gedurende de hele levensduur van het bouwwerk. Daarom noemt Buildwise BIM eerder een goede werkmethode dan een nieuwe technologie. Je hoeft ook niet zelf te modelleren om mee te doen: wie een model in een viewer opent en er opmerkingen bij zet, werkt er al mee.

Waar je BIM in een bouwproject voor gebruikt

Een model met gegevens maakt meer mogelijk dan losse tekeningen. Deze toepassingen laten dat zien:

  • Clashcontrole: je legt het constructiemodel en het installatiemodel over elkaar heen en ziet waar een leiding dwars door een balk loopt. Dat conflict los je op het scherm op, wat goedkoper is dan op de bouwplaats.
  • Tekeningen en hoeveelheden: plattegronden, doorsneden en hoeveelheden komen uit hetzelfde model, zodat tekening, hoeveelhedenstaat en bestek elkaar niet tegenspreken.
  • Visualisatie: opdrachtgevers en uitvoerders zien het ontwerp in 3D en begrijpen het sneller dan vanaf een stapel tekeningen. Met augmented reality zie je een ontwerp zelfs in de bestaande ruimte.
  • Beheer en onderhoud: na de oplevering blijft het model bruikbaar als naslagwerk voor de eigenaar, bijvoorbeeld bij een latere renovatie.

De methode is bedoeld voor de hele levensduur van een bouwwerk: het programma van eisen, het ontwerp, de uitvoering, de exploitatie en uiteindelijk de renovatie of de sloop (bron: Buildwise). Dat lukt alleen als de gegevens uit het ontwerp ook werkelijk doorstromen naar de uitvoering en het beheer. Van een bestaand gebouw zonder model bouw je het model eerst op.

Open standaarden en afspraken rond BIM

Niet elke partij werkt met hetzelfde softwarepakket. Om toch modellen uit te wisselen bestaan er open standaarden en gedeelde afspraken. Deze namen kom je het vaakst tegen:

  • IFC (Industry Foundation Classes) is een open, internationale standaard voor het beschrijven van bouwwerken, vastgelegd als ISO 16739. De standaard is niet aan een leverancier gebonden. Een model dat als IFC-bestand is opgeslagen, open je daardoor in software van verschillende makers, mits die software de gebruikte IFC-versie ondersteunt (bron: buildingSMART).
  • De BIM basis ILS is een Nederlandse toepassingsrichtlijn voor het uitwisselen van modellen via IFC. ILS staat voor informatieleveringsspecificatie. De richtlijn spreekt onder meer af hoe je bestanden en bouwlagen benoemt en dat elk object een NL-SfB-code en een materiaal krijgt. Ook staat erin hoe je aangeeft of een object dragend is (bron: digiGO).
  • NEN-EN-ISO 19650 is de internationale norm voor het beheer van digitale informatie gedurende de levenscyclus van bouwwerken. Nederland nam de norm in 2019 over (bron: digiGO).

Voor jou als gebruiker komt het erop neer dat je vóór de start vastlegt wie welke informatie levert, in welk formaat en op welk moment. Ontbreekt die afspraak, dan voert de volgende partij dezelfde gegevens opnieuw in. Dat dubbele werk is precies wat BIM moet voorkomen.

Soorten BIM-software

BIM-software bestaat niet als één programma. Grofweg zijn er vier soorten, elk met een eigen taak:

Soort

Wat je ermee doet

Modelleersoftware

Het model opbouwen uit objecten met eigenschappen. Revit en Archicad zijn voorbeelden van deze categorie.

Viewers

Modellen bekijken en van opmerkingen voorzien zonder zelf te modelleren. Er bestaan gratis viewers (bron: Buildwise).

Controlesoftware

Aspectmodellen samenvoegen en controleren op conflicten tussen de disciplines.

Samenwerkingsplatform

Modellen, tekeningen en documenten op één plek delen, zodat iedereen de actuele versie heeft.

Welk pakket past, hangt af van je rol en van wat je projectpartners gebruiken. Wie alleen modellen ontvangt, heeft genoeg aan een viewer. Vraag bij elk pakket na welke IFC-versies het leest en schrijft, want daarvan hangt af of de uitwisseling met andere partijen lukt.

Wat BIM van een bouwbedrijf vraagt

De methode verandert de manier waarop je intern en met andere partijen samenwerkt. Dat vraagt inzet van iedereen in het project (bron: Buildwise). Reken op werk op deze vlakken:

  • Afspraken: per project leg je vast wat er in de modellen moet staan en wie dat levert.
  • Kennis: medewerkers leren modellen lezen en, afhankelijk van hun rol, ook maken of controleren.
  • Techniek: alle partijen hebben een plek nodig waar ze bij de actuele bestanden komen. Daarmee hoort ICT-ondersteuning bij de invoering.

De kosten zitten niet alleen in licenties. De tijd die medewerkers nodig hebben om de nieuwe werkwijze te leren, hoort er ook bij.

Begin klein: één project en één toepassing, bijvoorbeeld de clashcontrole of het uittrekken van hoeveelheden. Zo merk je welke gegevens je mist voordat de hele organisatie op de nieuwe werkwijze leunt.

BIM en andere digitale technieken in de bouw

Een bouwwerkinformatiemodel staat niet los van andere digitale technieken. Bij 3D-printen in de bouw stuurt een digitaal ontwerp de printer aan, die hele gebouwen of losse bouwcomponenten maakt. Voor circulair bouwen is er het materialenpaspoort, waarin staat welke materialen er in een gebouw zitten zodat ze later opnieuw te gebruiken zijn (bron: digiGO). Een model waarin het materiaal per object is vastgelegd, kan de gegevens voor zo’n paspoort leveren.

Eerst de informatie, dan de software

Wie met BIM wil beginnen, kiest niet eerst een pakket. Bepaal welke informatie jij uit een model nodig hebt en welke informatie anderen van jou verwachten. Lees daarna de BIM basis ILS door en vraag je vaste projectpartners in welk formaat zij leveren. Weet je wat je zelf nodig hebt, wat anderen van je verwachten en in welk formaat je partners leveren, dan weet je of een viewer volstaat of dat je zelf gaat modelleren.